|
Jef Van Grieken
Er heerst stilte in de wereld van
Jef Van Grieken.
Van de mistige ijsmeanders in Hverfjull via de natte
steegjes van Vilnius tot de dorre zandvlakten van Koolmanskop.
Al twintig jaar is de reiziger in de kunstenaar op zoek
naar de ultieme plek.
Toen hij zijn eerste grote tochten ondernam, ging er
letterlijk een nieuwe wereld voor hem open. Het thema
van het verval dat hij al jaren had uitgediept en verfijnd
in etsen en pastels werd - zowel innerlijk als uiterlijk
- uitgebreid.
In de metropolen, de megasteden
die hij vanaf dan in beeld brengt, krijgen wijdheid
en compactheid een nieuwe invulling. En elke reis levert
een overvloed aan nieuw materiaal op; daarbij gaat hij
de confrontatie met zijn onderwerp niet uit de weg.
De geografie van zijn werken lijkt
grenzeloos en onbeperkt: van Spanje tot Patagonië,
van Ierland tot Japan weet hij er een grote homogeniteit
in te bewaren. Het avontuur dat Jules Verne zich vanuit
zijn zetel verbeeldde, zoekt Van Grieken zelf op, want
als lucide kunstenaar weet hij dat de natuur onze verwachtingen
telkens weer weet te overtreffen. De uitdaging voor
hem bestaat erin een nieuw, door hem nog onverkend gebied
in te passen in zijn artistiek universum. En dit is
breder en wijder dan de natuurlijke omgeving.
Jacques Brel zei dat een kunstenaar
op z'n twintigste al z'n hele wereld heeft uitgestippeld;
hij moet hem alleen nog verder uitbouwen. En daar is
hij dan zijn hele verdere carrière mee bezig.
Jef Van Grieken plaatste in het begin van de jaren zeventig
zijn naam op de artistieke kaart als graficus met hedendaagse
interpretaties van het vanitasmotief.
Zijn stillevens waren echte natures-mortes:
gecomponeerde taferelen van de vergankelijkheid.
Hij is nog actief als etser, maar dit grafisch oeuvre
sluit nu compleet aan bij zijn kleurrijke penseelwerk.
Waar is Jef Van Grieken dan naar op zoek? Waarin wil
de kunstenaar ons deelachtig maken? In de stilte en
de manier waarop hij het licht percipieert? Wil hij
ons vertellen hoe hij de natuur naar z'n hand zet (dus
toch voor schepper speelt!) of ligt er een boodschap
in z'n werk: Vanitas vanitatis, et omnia vanitas! IJdelheid
der ijdelheden, alles is vergankelijk?
Of horen we een kritische, ecologische noot: de natuur
neemt uiteindelijk toch alles weer tot zich. Overmeestert
en overwoekert zij immers niet de cultuur tot de Mechelse
Stadsschouwburg een mini Angkor-Vat wordt? Natura omnia
vincit.
Wellicht is daarin de reden te vinden
waarom de laatste jaren het zuivere landschap in zijn
werk in belang is toegenomen.
Stilte, licht, leegte zijn de drie kernen die binnen
zijn werk de stemming van het beeld bepalen. Op nagenoeg
elk landschap, straatgezicht of interieur ontbreekt
elke vorm van menselijke aanwezigheid. Van Grieken wil
de aandacht zó focussen op het eigenlijke onderwerp
dat hij er alle beweeglijke elementen (auto's, fietsers,
lopers, wandelaars,
) uit bant.
Wanneer we de echte portretten buiten
beschouwing laten, kunnen we stellen dat zijn aandacht
heel zelden op de menselijke figuur is gericht.
De grote aantrekkingskracht én meteen ook de
sterkte van zijn totale creatieve ontplooiing ligt in
de compositie. Hij observeert de ruimtelijkheid, tast
en stapt de omgeving af als een landmeter, kiest en
selecteert wat de meeste indruk op hem maakt; vervolgens
tekent en construeert hij in zijn hoofd het beeld dat
hij er van wil nalaten. Dan pas begint het échte
werk; dat waar het atelier stil van wordt wanneer een
filterfijn laagje kleurig stof het lege blad vullen
gaat met een beeld waarvan sommigen achteraf ten stelligste
zullen ontkennen dat het door een mensenhand is vervaardigd.
Het originele van een kunstenaar als Van Grieken ligt
niet in de ogenschijnlijke imitatie van een idee of
een gegeven realiteit. De voortdurende toevloed aan
nieuwe impressies filtert hij uit tot een herkenbaar
onderdeel van zijn kleurrijk, geschakeerd oeuvre.
|